Onderbouw

 

Wie werken er in de onderbouw?

We hebben 3 groepen in de onderbouw:

  • Emely & Selma,
  • Linda
  • Miranda & Sedef
De groepen

We hebben drie onderbouwgroepen. Elk schooljaar starten deze groepen met ongeveer 20 kleuters. Gedurende het schooljaar stromen er allerjongsten in (groep 1 of 0). Ze worden verdeeld over de 3 groepen.
Om vast een beetje te wennen, mag een kind in de twee weken voor zijn/haar vierde verjaardag 4 à 5 keer meedraaien in de groep waarin hij of zij geplaatst wordt. Kinderen die 4 worden tot 4 weken voor het begin van de zomervakantie komen nog dat schooljaar wennen. Kinderen die daarna 4 worden, starten in het nieuwe schooljaar.

Typerend voor montessorionderwijs is dat er drie leerjaren bij elkaar in een klas zitten. In de onderbouw zijn dat de groepen 0-1-2. De samenvoeging van drie leerjaren in een klas is een bewuste keuze. De leerlingen stromen als jongsten een klas binnen, horen een jaar later bij de middelsten en verlaten de klas als oudsten. De kinderen hebben dus ieder jaar in de groep een andere sociale rol, in tegenstelling tot het gezin waar een kind altijd bijvoorbeeld de oudste is. de oudste kan de jongste helpen, maar een oudste kan ook altijd nog iets leren van een jongste. Zo helpen wij elkaar.

 

Korte schets van een werkperiode op onze school

Als het kind de klas binnenkomt geeft het de leerkracht een hand. Ze wensen elkaar goedemorgen. Dit is het moment dat kind en leerkracht de dag starten met elkaar. Het kind gaat naar zijn tafel en zet het plantje op de vensterbank. Het plantje maakt deel uit van de voorbereide omgeving en daagt uit tot zorg.
Aan de hand van de dagritmekaarten zien de kinderen hoe de dag er uit ziet. Doorgaans begint de dag met een werkperiode, waarin de kinderen zelfstandig aan de slag gaan. De leerkracht maakt rondes door de klas en helpt de leerlingen die dat nodig hebben. Regelmatig observeert de leerkracht hoe de kinderen werken en wat ze nodig hebben om verder te komen. Tijdens de werkperiode geeft de leerkracht dan ook veel lesjes. Zowel individueel als in kleine groepjes. Om kinderen te laten voelen hoe leren gaat, geven we feedback op het proces: we kijken samen terug hoe een werkje verlopen is. Vaak komen we er dan samen achter dat een kind iets heeft bereikt om trots op te zijn.Het werk wordt dan op de trots-op-tafel gezet, om het vervolgens met de klas te delen. 
Kenmerkend voor de werkperiode is de bewegingsvrijheid. Er zijn hoeken in de klas en op de gang en in de klas kun je aan een tafel of op een kleedje werken. De kinderen pakken altijd zelf hun materialen. Van jongs af aan wordt de kinderen geleerd zorgvuldig met de materialen om te gaan. 

 

Ontwikkelingsgebieden

Bij het onderwijs aan kleuters komen veel ontwikkelingsgebieden aan bod: lichamelijke en zintuiglijke ontwikkeling, de ontwikkeling op het gebied van taal, handvaardigheid, rekenen, muziek en het omgaan met elkaar.
De leerkracht biedt ieder kind de kans zich optimaal te ontwikkelen door observatie, door persoonlijk contact bij het aanbieden van het materiaal, door stimulering van de zelfwerkzaamheid en door attent te zijn op bijzonderheden die de aandacht vragen. 

Taal

De taalontwikkeling stimuleren we in de onderbouw door diverse activiteiten. Voor elke activiteit hebben we een taalbeest. Beer Koekepeer leert ons rijmen, de Ontdekolifant leert ons nieuwe woorden, Paardje Precies leert ons kritisch luisteren  om maar een paar voorbeelden te noemen. De taalbeesten komen aan bod in de kring, maar ook in de werkperiode.

Vanaf de onderbouw dagen we de leerlingen ook uit om te leren lezen. Elke 2 weken staat er een letter centraal waarmee we verschillende activiteiten doen.De ontwikkeling van de schrijf- en leesrijpheid van kinderen in de onderbouw wordt nauwlettend gevolgd door de leerkracht. Het onderwijsaanbod kan zo goed afgestemd worden op de individuele leerling.

Rekenen

In de onderbouw is het voorbereidend rekenen een belangrijk onderdeel van het
onderwijsaanbod. De kinderen maken spelenderwijs kennis met getallen en hoeveelheden. Maria Montessori heeft daar schitterend materiaal voor ontworpen – ook in de huidige tijd blijken die materialen heel zinvol en goed inzetbaar bij het oefenen van de rekenvaardigheden.
Naast deze materialen werken we ook  met de spellen van Met Sprongen Vooruit. 

Motorische ontwikkeling

De onderbouw krijgt gymles in de speelzaal in de school. Er zijn lessen die uitdagen bij het klimmen en klauteren en lessen die de behendigheid met ballen en andere kleine materialen bevorderen. 

De fijne motoriek die nodig is voor het aanvankelijk schrijven, wordt met vele spellen en activiteiten geoefend. Ook het montessori materiaal daagt de kinderen uit om de fijne motoriek te verfijnen. 

Een kleuter met belangstelling voor letters, leert deze te schrijven met behulp van de schuurpapieren letters. We besteden veel aandacht aan de pengreep.

Expressie

Tijdens de werkperiode is er ook veel ruimte voor expressie. De kinderen werken naar hun eigen idee, of werken een opdracht uit. De opdrachten passen bij het thema dat op dat moment aan de orde is of sluiten aan bij de behoeftes op motorisch gebied.

Er wordt veel gezongen. We leren liedjes die bij de thema’s horen, maar zingen ook als we van de ene activiteit overgaan naar de andere. Daarnaast zijn er lessen waarbij we ontdekken hoe we ritmes kunnen maken met instrumenten, hoe we hard en zacht kunnen variëren, enz. 

Een paar keer per jaar organiseren we een BOM-theater; drie groepen maken een voorstelling met toneel, muziek en dans. Ouders zijn welkom om te komen kijken bij deze voorstellingen. Voor de expressievakken maken we ook gebruik van activiteiten van Kunst Centraal, een culturele instelling op provinciaal en lokaal niveau.

Sociaal-emotioneel

In alle groepen werken wij met de sociaal-emotionele methode Rots en Water. Doel van het Rots en Water programma is het vergroten van de communicatie- en sociale vaardigheden en welzijn bij kinderen. Rots en  Water is een een psychofysieke training. Weerbaarheid en sociale vaardigheden, rots en water, worden in balans gepresenteerd en getraind. Het is een combinatie van sociale vaardigheidstraining, sport en bewegingsonderwijs. De ontwikkeling van de fysieke weerbaarheid is niet alleen doel op zich maar is vooral ook middel om mentale en sociale vaardigheden te ontwikkelen. 

ICT en techniek

Al in de onderbouw laten wij kinderen kennismaken met ICT. Middels programma’s als Gynzy, Squla en Ambrasoft bieden wij kinderen de gelegenheid om zich ICT-vaardigheden eigen te maken. Ook brengen wij hen al in de onderbouw de beginselen van het programmeren bij door het programma van Ruby en het werken met de Bee Bot.

De techniektorens worden ingezet om het technisch inzicht van de kinderen te vergroten. Met hulp van ouders werken kinderen in groepjes aan verschillende soorten techniekopdrachten.

 

Volgen ontwikkeling

We volgen leerlingen door veelvuldig en intensief te observeren, signaleren, diagnosticeren. Alle verkregen gegevens van bovenstaande ontwikkelingsgebieden  verwerken we in het Kindvolgmodel.

Leerrendement en ontwikkeling van de leerlingen zijn op die manier goed zichtbaar en goed te volgen. Indien nodig kan er direct actie ondernomen worden, bijvoorbeeld door het onderwijs (tijdelijk) aan te passen of op een andere manier aan te bieden.  

 

Huisbezoek


Alle kinderen krijgen tijdens hun tijd in de onderbouw een bezoekje van een van hun juffen. We drinken graag samen een kopje thee, de kinderen mogen hun slaapkamer laten zien als ze dat willen en we spelen bijvoorbeeld samen een spelletje of lezen een boekje voor. We doen het huisbezoek rond de vijfde verjaardag van het kind.