4. Zorg voor kinderen

 

4.1     Aannamebeleid en toelatingsprocedure
Aanmelding van nieuwe leerlingen vindt in eerste instantie meestal mondeling plaats.
Na veelal telefonisch contact ontvangt u de schoolgids of u kunt hem bekijken op onze website www.rkmontessori-soest.nl

U maakt een afspraak met de directeur om extra informatie te ontvangen en de school in actie te kunnen bekijken. De meest belangrijke aspecten van het montessorionderwijs komen dan aan de orde.  Lijkt onze school u geschikt, dan ontvangt u een inschrijfformulier.  Zodra wij de ingevulde inschrijfformulieren van u ontvangen hebben, wordt uw kind officieel ingeschreven.
Met ingang van schooljaar 2006/2007 is er een wettelijke verplichting om een aantal gegevens op te nemen in de leerlingenadministratie zodat er een persoonsgebonden nummer aan de leerling toegewezen kan worden.  We vragen bij inschrijving van een nieuwe leerling om een ouderverklaring in te vullen en om een kopie bij te voegen van het officiële document van de belastingdienst waarop het sofinummer van uw kind vermeld staat. Deze gegevens gaan in de toekomst een rol spelen bij de bekostiging van de scholen
Om vast een beetje te wennen mag uw kind vóór zijn vierde verjaardag af ten toe meedraaien in de groep waarin hij geplaatst wordt.  In samenspraak met de leidster worden die dagdelen verdeeld over de twee weken voorafgaand aan zijn verjaardag.  Tijdens dit bezoek ontvangen de ouders een intake formulier waarop voorschoolse informatie ingevuld wordt.  Dit is een goede steun voor de leidsters, ze kunnen de leerling dan direct op de juiste manier benaderen zodat er geen tijd verloren gaat aan zoeken naar de juiste manier van afstemmen.
Omdat er meer leerlingen op onze school willen komen dan dat er plaats is, moeten wij noodgedwongen werken met wachtlijsten. Wilt u verzekerd zijn van een plek, dan is vroegtijdig opgeven wenselijk.
 
4.2    Volgen van de ontwikkeling
De leidsters zorgen primair voor hun groep en zijn verantwoordelijk voor het leerproces binnen de groep, maar ook voor de andere leerlingen:  een leerling zit bij ons op school, niet alleen in een bouw of groep.  
Regelmatig ontvangen wij van de peuterspeelzalen een overdrachtsformulier, samen met het intake formulier van de ouders, vormt dat een brede basis waar het onderwijs en/of de aanpak al direct op afgestemd kan worden.  
Vanaf dat moment begint het ‘volgen’.  Dit doen we door te observeren, signaleren, diagnosticeren en het afnemen van methode gebonden en landelijk genormeerde toetsen. We maken voor elke leerling een (digitaal) dossier aan binnen ons leerlingvolgsysteem ParnasSys, dat altijd door ouders ingezien kan worden.  Op deze manier is het leerrendement en de ontwikkeling van de leerlingen goed zichtbaar en goed te volgen, zodat er indien nodig direct actie ondernomen kan worden, door bijvoorbeeld het onderwijs (tijdelijk) aan te passen of op een andere manier aan te bieden.  
Voor het volgen van de sociaal/emotionele ontwikkeling heeft school een ander volgsysteem.  Tot en met groep 6 vullen de leidsters de School Vragenlijst met regelmaat in en vanaf groep 6 vult de leerling dat zelf in.

4.3    Verslagen
De leidsters registreren de vorderingen van de leerling nauwlettend en in een verslag aan de ouders gerapporteerd, hoewel de tekst in het verslag gericht is aan de leerling.
De leerlingen van groep 3 t/m 8 krijgen twee keer per jaar een verslag.  Voor de oudste kleuters maakt de leidster ook een verslag, het is een deel van de overdracht naar de volgende bouw.  Na elk verslag nodigen we u uit om de inhoud met de leidster te bespreken in een 15-minutengesprek. Indien daartoe aanleiding is, worden de ouders tussentijds uitgenodigd voor een gesprek. Als u zelf behoefte heeft aan een gesprek, bent u altijd welkom.

4.4    Afstemmen op de onderwijsbehoeften van de individuele leerling
Het onderwijsteam stemt het onderwijs zo goed mogelijk af op de mogelijkheden en onderwijsbehoeften van de individuele leerling.  Uiteraard verschillen leerlingen onderling, het montessorionderwijs biedt alle mogelijkheden om het onderwijsaanbod aan te passen op het niveau van de leerling en/of extra begeleiding te geven.  Die extra begeleiding is vastgelegd in het zorgprotocol en bestaat uit 5 zorgniveaus.

Niveau 1: Algemene aandacht binnen de groep.
De leerling ontvangt kwalitatief goed onderwijs, dat inspeelt op de problemen op elk gebied.  Het werk(en) wordt geobserveerd, gesignaleerd.  De resultaten worden getoetst door middel van methode- en landelijk toetsen die op vaste tijden worden afgenomen. De individuele toetsuitslagen worden vergeleken met het groepswerk, dan besproken tijdens de regelmatige bouwbijeenkomsten en ingevoerd in het leerlingvolgsysteem ParnasSys. De leidster reageert met het onderwijs op de resultaten van het groepswerk en de toetsing.

Niveau 2: Extra aandacht binnen de groep.
Voor de leerling van wie de prestaties blijvend opvallen (naar boven of naar beneden) stelt de leidster een plan op dat tijdelijk binnen de groep wordt uitgevoerd.  Belangrijke gesprekken met de ouders noteren we in een gespreksverslag en bewaren we in het leerling-dossier.  De leidster informeert de ouders hierover en in sommige gevallen vraagt zij hen om dit verslag te ondertekenen.

Niveau 3: Interne speciale aandacht.
Mocht de aanpak niet tot voldoende resultaat leiden, dan wordt dit gemeld aan de intern begeleider.  Er volgt een intake gesprek en daaruit kunnen andere activiteiten voortvloeien zoals een observatie, diagnostisch onderzoek, tijdelijk ander werk, een oriënterend gesprek met de ouders of remedial teaching binnen school.  Dit laatste beperkt zich helaas tot maximaal twee periodes van zes weken per schooljaar.  Het uitgangspunt is steeds dat de leerling weer gaat deelnemen aan het reguliere werk of een eigen leerlijn gaat volgen.
De leidster stelt de ouders en het onderwijsteam ervan op de hoogte wanneer een leerling in deze zorgfase belandt.  In samenspraak met de ouders stellen we een individueel handelingsplan op, hetgeen de ouders ook ondertekenen.  De intern begeleider heeft een coachende rol bij het uitvoeren van de methodiek in de groep.  Na ongeveer drie maanden volgt een evaluatie, waarvoor de ouders meestal worden uitgenodigd.  Desgewenst houdt het team een intervisiegesprek over de leerling of wordt een consultatiegesprek aangevraagd met een medewerker van de schoolbegeleidingsdienst Eduniek.

Niveau 4: Externe zorg.

Leidt deze aanpak niet tot het gewenste resultaat, worden de haalbare (smart)doelen niet bereikt, dan kan in overleg met de ouders worden gezocht naar hulp buiten school, bijvoorbeeld de huisarts, de schoolarts, GGD, Bureau Opvoedkunde, remedial teaching, (fysio) therapie, logopedie, kinderarts, maatschappelijk werk, het zorgloket van het RIAGG of Bureau Jeugdzorg, Fornhese of ambulante begeleiding vanuit één van de clusterscholen in de vorm van de aanvraag van een ‘rugzak’.  Aan de hand van gesprekken met één of meerdere instanties wordt meestal een nieuw handelingsplan opgesteld met een andere aanpak.  Ook dit plan wordt na drie maanden geëvalueerd. Wanneer deze aanpak weer niet tot gewenst resultaat leidt, kan een psychologisch onderzoek worden aangevraagd, zodat de aanpak zich nog scherper kan concentreren op de leer- en/of gedragsproblemen die zich op dat moment voordoen bij de leerling.

Niveau 5: Buitenschoolse zorg.
Het kan voorkomen dat school haar grenzen voor verantwoord onderwijs bereikt.  In overleg met de ouders wordt dan gezocht naar alternatief onderwijs.  Soms kan dat nog binnen school met een volledig aangepast programma en begeleiding en/of ondersteuning vanuit het speciaal (basis)onderwijs.  Alle gegevens van de leerling gaan dan met toestemming van de ouders naar de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) of de Commissie van Indicatie (CvI).  Beide instanties brengen advies uit over de vorm van onderwijs die het  best bij de leerling past.

Geen enkele leerling laat zich voegen binnen één van deze fases.  Het zorgprotocol is uitsluitend een richtlijn tot handelen.  Met de betreffende leerling als uitgangspunt proberen we als team deze zorg zo flexibel mogelijk aan te bieden.

4.5    De Rugzak
Steeds meer leerlingen met speciale zorg blijven of komen op de basisschool.
Vanaf 1 augustus 2004 hebben we te maken met de leerlinggebonden financiering (LGF), ook wel de ‘rugzak’ genoemd.   In de rugzak zit ambulante begeleiding vanuit één van de clusterscholen, extra formatie en financiën.  Of de leerling in aanmerking komt voor deze vorm van financiering is afhankelijk van de Commissie voor Indicatiestelling (CvI).  Aan de hand van het onderwijskundig rapport, stellen zij  vast of de leerling aan de landelijke geldende criteria voldoet.  Bij de aanmelding van een leerling met speciale zorg zal een zorgvuldige afweging gemaakt worden over de (on)mogelijkheden binnen onze school. We gaan hierbij na wat de aard van de zorg in zal houden en we kijken naar de daaruit voortvloeiende mogelijkheden en beperkingen tot een zinvolle en verantwoorde begeleiding van deze leerling.

4.6    Sociaal-emotionele training
Een leerling komt tot leren als hij lekker in zijn vel zit.  Dat heeft intensieve aandacht bij ons op school. De leidsters zijn alert bij het signaleren van uitval op dit gebied.  We werken met de Kanjertraining, waarbij vooral het groepsproces centraal staat:  hoe ga je met elkaar om.  Regelmatig vullen we door het jaar heen signaleringslijsten in en aan het begin van groep 6 vult de leerling zelf de Schoolvragenlijst in (een landelijk genormeerde signaleringslijst).  Naar aanleiding van deze signaleringen kan het wenselijk zijn een leerling individuele aandacht te geven op sociaal-emotioneel gebied. De school biedt de mogelijkheid om binnen een training van 10 sessies de sociale vaardigheden een positieve wending te geven.  De bijeenkomsten zijn op school en worden verzorgd door Willeke Veenman (psychodrama therapeut).  Ze werkt volgens de uitgangspunten van De Stad van Axen (zie adressenlijst).

4.7    Meer- en hoogbegaafde leerlingen
Onze zorgverbreding is ook gericht op leerlingen die meer aankunnen dan het reguliere leerstofprogramma.
Wanneer vanuit de verschillende signaleringsmomenten en –instrumenten (o.a. protocol hoogbegaafdheid) blijkt dat een leerling in deze categorie valt, stelt de groepsleidster in overleg met de ouders en de intern begeleider een handelingsplan op. Dit plan geeft aan op welk(e) gebied(en) de leerling de lesstof zal gaan verbreden of versnellen.  Er wordt gekozen voor een 1e- of een 2e onderwijslijn, de 1e lijn is gecomprimeerd onderwijs met verbreding en verdieping, de 2e onderwijslijn is totaal op de leerling afgestemd met speciaal samengestelde lesstof en (montessori) materialen.

4.8    Dyslexie en dyscalculie
Dyslexie is een specifiek leerprobleem.  Het is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau.  Dyscalculie is ook een specifieke leerstoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het inzichtelijk- en/of automatiserend rekenen.
Voordat door deskundigen een verklaring afgegeven kan worden, moet school kunnen aantonen dat er voldoende onderwijsleertijd geweest is met voldoende instructietijd.
We volgen hiervoor de richtlijnen zoals omschreven in het Protocol Dyslexie, dat uitgegeven is door het Ministerie van Onderwijs.
Als de diagnose gesteld is,  zet school een leerprogramma in dat over het algemeen voldoende compensatie biedt om ondanks de dyslexie/dyscalculie het leerprogramma te verwerken.

4.9    Voorbereiding en begeleiding naar het VO
In het laatste jaar van de basisschool staan de ouders en leerlingen van groep 8 voor de belangrijke keuze voor het vervolgonderwijs. In de loop van het jaar zijn er verschillende activiteiten die deze keuze helpen maken.
Tijdens een informatieavond wordt aan de ouders van de leerlingen van groep 8 uitleg gegeven over de verschillende aspecten die te maken hebben met de keuze voor een vervolgschool.  Deze avond wordt gehouden in de maand oktober.  
Voor de informatievoorziening omtrent de VO -scholen wordt een scholenmarkt georganiseerd binnen de gemeente Soest.  Deze scholenmarkt is meestal voor de leerlingen een eerste kennismaking met het voortgezet onderwijs.  Op deze avond ontvangen alle ouders ook een handig overzicht van alle VO- scholen in de omgeving met data en tijden van de open dagen.

Vóór de afname van de eindtoets geeft de school een schoolkeuzeadvies richting het voortgezet onderwijs. Bij de onderbouwing van het advies kijken we met name naar de inzet, de leermotivatie en het zelfstandig werken.  Ons leerlingvolgsysteem ParnasSys biedt een helder overzicht over de cognitieve mogelijkheden van de leerlingen en geeft ook een prognose ter ondersteuning van het advies van de leidster.
De school waar uw kind wordt aangemeld, beslist echter uiteindelijk of uw kind wordt toegelaten.
De keuze voor een school in Soest is beperkt. De meeste scholen voor het voortgezet onderwijs waar de leerlingen uit Soest naar toe kunnen, liggen in de gemeenten erom heen, in Baarn, Amersfoort , Bilthoven en Hilversum.